|
De ex-topzwemmer vertelt;
Ik was 10 jaar toen ik leerde zwemmen in mijn lagere school waar sport een belangrijke plaats innam. Mijn leerkracht LO nam jaarlijks enkele testen af waardoor hij elke leerling kon helpen bij zijn fysieke fitheid. Ik stelde vast dat ik de snelste zwemmer van de klas was alsook de winnaar van alle zwemmeetings tussen de scholen uit mijn provincie. Voor sommige van mijn vrienden was dit logisch omdat ik als een zwemmer gebouwd was en omdat mijn moeder een zwemkampioene was geweest. Ik deed ook vele andere sporten waar ik eveneens goed scoorde. Kortom, ik was heel sportief en mijn ouders steunden mij.
Tijdens een sportdag van mijn gemeente kwam in aanraking met de plaatselijke zwemclub. De scout van de club nodigde me uit voor enkele trainingen waardoor ik op technisch vlak nog beter begon te zwemmen.
Tijdens een talentdetectiedag van de zwemfederatie bleek dat ik voldeed aan het gestelde profiel en aan de prestaties (zwemtijden) om in aanmerking te komen voor de jonge talentvolle zwemmers die een speciale ondersteuning genoten. Ik bleef zeer veel plezier hebben in de trainingen en het was ook heel duidelijk dat ik nog een hele trainingsweg kon afleggen. Ik had met andere woorden nog veel tijd over voor andere dingen dan zwemmen, maar kon met het aangeboden trainingsvolume toch mooie resultaten neerzetten.
Ondertussen was ik 12 jaar geworden en kreeg de mogelijkheid om in een topsportschool mijn secundair onderwijs af te werken. Op die wijze kon ik mijn studies en mijn sport perfect combineren. Ik voldeed aan de instapcriteria en na een medische keuring kreeg ik een topsportstatuut. Tijdens de informatievergadering met mijn ouders was duidelijk dat uitsluitend talentvolle zwemmers in deze school zaten en dat de weg naar de finaliteit – topsporter – nog lang is: Er moet hard en efficiënt gewerkt worden (talentontwikkeling). Er schuilden vele gevaren (kwetsuren, de puberteit, andere interesses,…) achter de hoek, waardoor een juiste en optimale begeleiding(blessurepreventie, trainingsschema, …) alsook de juiste doelstellingen stellen zeer belangrijk waren.
‘Ik heb toen voor de topsportschool gekozen omdat ik hierdoor een optimaal sportief programma kon afwerken met zeer professionele trainers en in een perfecte sportwetenschappelijke omkadering’. Mijn studies hebben er zeker niet onder geleden omdat er een mooi evenwicht was gevonden tussen topsport en studie en ik op de voet werd gevolgd (=carrièrebegeleiding).
Een goede vriendin van mij, Pirou, had ook heel veel talent, maar niet in het zwemmen maar in schaatsen. Er is nog steeds geen topsportschool voor het schaatsen maar goed overleg tussen de onderwijsinstanties, de topsportinstanties en de ouders/club/federatie zorgde ervoor dat ze ongeveer dezelfde weg kon afleggen met ongeveer dezelfde faciliteiten.
Ik heb de topsportschool perfect doorlopen. Anderen moesten afhaken en sommigen waren overgestapt naar een andere sport, waar ze uiteindelijk wel de top bereikten(=transitie). Ik behaalde de finaliteit van de topsportschool en stond dan voor de grote deur van << topsport>>. Omdat mijn studies in combinatie met mijn sport perfect waren verlopen, studeerde ik verder in Antwerpen.
Lees verder »
|